Naamgevingsconventie

Akoma Ntoso als basis

STOP hanteert een naamgevingsconventie voor het identificeren van documenten en data die is gebaseerd op de naamgevingsconventie van Akoma Ntoso (of LegalDocML), afgekort AKN NC, een internationale standaard voor juridische teksten. AKN NC laat veel ruimte voor een nadere invulling. In STOP wordt die ruimte ingeperkt om uniciteit van identificaties te bereiken en om de bruikbaarheid van de identificatie in de keten te garanderen.

Net als AKN hanteert STOP het FRBR model voor (versies van) documenten en data. Net als bij AKN NC wordt de identificatie opgebouwd uit:

  • Een identificatie van het work; dit is een onveranderlijke identificatie die vindplaats-onafhankelijk is.

  • De identificatie van een versie (expression) wordt afgeleid van de identificatie van het work.

  • Elementen binnen de tekst van een versie (zoals een artikel) hebben een versie-afhankelijke identificatie (eId) die gebruikt wordt om naar een positie binnen een tekst te verwijzen.

  • Elementen binnen de tekst hebben een versie-onafhankelijke identificatie (wId) die gebruikt wordt om hetzelfde element/object in de verschillende versies te herkennen.

Waar AKN NC soms een grote vrijheid kent in het opstellen van identificaties, staat STOP veel minder vrijheid toe:

  • STOP schrijft een nadere invulling van de work en expression identificaties voor.

  • STOP bevat aanvullende regels voor het toekennen van de eId/wId.

  • In AKN NC kan een versie van een tekst in componenten verdeeld worden; STOP ondersteunt dat slechts voor specifieke toepassingen

  • STOP 2.0.0-rc ondersteunt alleen Nederlandstalige expressions

Ontwerpkeuzes STOP vs AKN

STOP beperkt dus de ruime AKN NC. Deze beperkingen zorgen ervoor dat de volgende ontwerpkeuzes gelden:

  • Als een identificatiestring een @ bevat, is het altijd een Expression-identificatie.

  • Als een identificatiestring een . bevat, is het altijd een Manifestation-identificatie

STOP AKN-identifiers gebruiken

De AKN-regels zoals STOP ze hanteert zijn gemaakt voor het samenstellen van identificaties. Voor alle AKN-identificaties (naast work en expressie ook wId en eId) geldt: ze worden afgeleid uit betekenisvolle informatie, maar zijn niet primair bedoeld als dragers van deze informatie: nadat ze zijn samengesteld kan niet alle informatie meer "teruggehaald" worden. Zo kan bijvoorbeeld wel het land en de taal afgeleid worden, maar niet het versienummer of het verantwoordelijke bevoegd gezag. Deze informatie is beschikbaar als metadata van de regeling zelf.

Zie informatie uit AKN-identifiers voor een toelichting op het afleiden van informatie uit STOP AKN-identifiers.

AKN-identifiers worden gevalideerd

Aangezien uit sommige onderdelen van de AKN-identificatie informatie afgeleid kan worden en ook de structuur van de eId en wId betekenisvol is, kent STOP een patterns (zie bijv. tekst:dtEID, tekst:dtWID) en bedrijfsregels om de correcte opbouw en toepassing van de naamgevingsconventie voor AKN identifiers te valideren. Deze bedrijfsregels worden vermeld in de documentatie van de AKN-gerelateerde schema-elementen.

AKN voor tekst, JOIN voor data

AKN NC is opgesteld voor documenten die een tekst bevatten. AKN NC bevat ook mogelijkheden om niet-tekstuele componenten te identificeren. Die mogelijkheden zijn voor toepassing in STOP te beperkt; zo kennen ze het onderscheid tussen work en expression niet. Daarom kent STOP een eigen identificatiemethodiek die qua opbouw gelijk is aan de AKN naamgevingsconventie: de Juridische Object Identificatie Naming convention. Deze "JOIN"-identificatie wordt gehanteerd voor data-works en -expressions, en voor identificaties van waarden en waardelijsten. Deze identificaties beginnen met /join/ in plaats van /akn/nl. De JOIN-standaard is gebaseerd op best practices en lijkt qua structuur op de AKN NC.

Tekstelementen in STOP

AKN NC schrijft een systematiek voor waarin elk tekstelement waarnaar potentieel verwezen kan worden een eId- én een wId-identifier krijgt. De eId is gerelateerd aan de positie in de tekst, de wId aan de inhoud.

De eId is bedoeld om vanuit een tekst naar een deel van een andere tekst te kunnen verwijzen:

Dynamisch: <work identificatie> "/" [ "!" <componentnaam> ] "#" eId

Statisch: <expression identificatie> "/" [ "!" <componentnaam> ] "#" eId

Als vanuit data naar tekst verwezen wordt, dan worden de work/expression identificatie en de identificatie van een tekstelement apart gemodelleerd. Als vanuit data naar tekst verwezen wordt als de vindplaats van bepaalde informatie dan wordt het wId gebruikt. Dit type verwijzing is gebruikelijk voor annotaties die de inhoud van de tekst machine-leesbaar maken. Als in data een verwijzing naar de tekst staat die bedoeld is om in andere tekst te gebruiken, dan wordt in STOP eId gebruikt.

STOP stelt eisen aan de opbouw van de eId/wId identifiers die in alle tekstmodellen worden gebruikt. Componentnamen worden alleen in de tekst van een besluit gebruikt.

Data-elementen in STOP

In het algemeen kent STOP geen systematiek om te verwijzen naar een element van een (meta)datamodule op een manier die vergelijkbaar is met het verwijzen naar tekstelementen. Dit kan wel in enkele speciale gevallen: