Tekstpresentatie

Voor de weergave van tekst en tekst-structuur wordt in de STOP standaard gebruik gemaakt van dezelfde principes die toegepast worden in digitale tekstverwerkers. Bij digitale tekstverwerking wordt de opmaak van een tekst en de tekst zelf van elkaar gescheiden. Door 'opmaakregels' toe te passen kan een tekst weergegeven worden in mensleesbare vorm. Dergelijke opmaakregels bevinden zich ‘onder water’ en worden niet getoond aan de gebruiker. Het effect van de opmaakregels, toegepast op de tekst, wordt aan de gebruiker getoond. Bij het opslaan van een tekst wordt wel de tekst, en toe te passen opmaak opgeslagen, maar niet de opmaakregels zelf. Zo wordt bijvoorbeeld vastgelegd dat het een koptekst betreft, maar niet dat de koptekst vetgedrukt met lettergrootte van 25 punten weergegeven moet worden. De precieze weergave kan daardoor variëren afhankelijk van het medium of formaat (bijv. HTML/PDF) waarin de tekst gepresenteerd wordt. Dezelfde tekst weergegeven op een mobiele telefoon moet er immers anders uitzien dan afgedrukt in de krant. XML is een veel gebruikte structuur voor de opslag van tekstbestanden, de STOP standaard maakt hier gebruik van.

De eisen die gesteld worden aan de presentatie van besluiten die juridisch directe regels bevatten (zoals een verordening), zijn strikter dan voor besluiten die een vrijere opzet hebben (zoals visies).

Principe voor de functionele presentatie van teksten

Het presentatiemodel stelt functionele eisen die de eenduidige weergave van deze informatie mogelijk maken vast. Het presentatiemodel bevat functionele eisen en schrijft voor wát er moet worden weergegeven, maar gaat niet over de opmaakstijl. De stijl van de presentatie staat los van het besluit. Dat maakt het flexibel. Dat betekent dat dezelfde informatie op de eigen website weergegeven kan worden met een andere kleur of een ander lettertype.

De functionele weergaveregels moeten worden vertaald naar regels die voor het gebruikte medium bruikbaar zijn. Zo zal een vertaling naar html er anders uitzien dan een vertaling naar PDF.

Tot slot is er mogelijk nog een nadere specificatie naar de specifiek te gebruiken stijl zodat deze aansluit bij de “huisstijl” van het medium.


Principe van functioneel presenteren van tekst

Van de drie sets met regels, zie bovenstaande illustratie, is de eerste set (Weergaveregels functioneel) onderdeel van de standaard. Voor toepassing van deze functionele weergaveregels uit de standaard zal de tweede set (Weergaveregels specifiek medium) nodig zijn waarin de functionele weergaveregels uit de standaard uitgewerkt worden voor specifieke formaten. Te denken valt aan weergave als html of pdf. De derde set regels (Weergaveregels specifieke uitgave) zal onderdeel zijn van de specifieke uitgave zelf. Denk hierbij aan de css van een gemeentelijke site. Deze zal anders zijn dan de css binnen Overheid.nl.

De weergaveregels van de specifieke uitgaven op Overheid.nl zullen conform de standaardregels van de bekendmakingsbladen zijn, zowel voor op het web, als in PDF/A-formaat.

Het staat eenieder vrij om een eigen specifieke uitgave te maken en hierbij een volledig andere presentatie te maken. Een sprekend voorbeeld is de omgevingsvisie die ook in de communicatie met het grote publiek een belangrijke rol speelt. De mogelijkheid om functionele regels via verschillende media te publiceren biedt de bestuursorganen de flexibiliteit om het instrument zoveel mogelijk naar eigen inzicht vorm te geven.

Het principe van functioneel presenteren van tekst is generiek; er is echter voor de weergave een onderscheid tussen teksten met regels (met een artikelstructuur) en vrije teksten (met een vrijetekststructuur).

Hiërarchie van tekstelementen

Het principe van presenteren van tekst is generiek; dit sluit aan op het IMOP-tekstmodel. Het IMOP-tekstmodel benoemt tekstobjecten en beschrijft de structuur waarin die tekstobjecten toegepast kunnen worden. Het tekstmodel geldt voor alle officiële overheidspublicaties.

IMOP onderscheidt voor inhoudelijke tekst twee soorten tekststructuren:

  • Artikelstructuur de tekststructuur waarbij het lichaam van een (formele) regeling is opgebouwd uit één of meer artikelen;

  • Vrijetekststructuur: de tekststructuur die wordt gebruikt voor juridisch authentieke documenten waarvan het lichaam geen artikelen bevat, zoals visiedocumenten en projectbesluiten. Deze tekststructuur wordt ook toegepast in documentdelen buiten het lichaam van de regeling met een artikelstructuur, zoals het motiveringsdeel en bijlagen.

De tekststructuren van IMOP kennen structuurelementen, elementen met inhoud, de inhoud zelf en een overkoepelend element:

  • Structuurelementen

    Dit zijn die elementen die de tekst structureren (maar geen inhoud bevatten), voorbeelden zijn Hoofdstuk en Paragraaf.

  • Elementen met inhoud

    Dit zijn, zoals de term al zegt, die elementen die inhoud bevatten: voorbeelden zijn Artikel en Lid.

  • De inhoud zelf

    Voorbeelden van de inhoud zelf zijn Alinea, Tabel en Figuur.

  • Een overkoepelende element

    Een voorbeeld: het overkoepelend element van het Lichaam is Regeling.

In de navolgende tekst gebruiken we 'tekstelementen' als de term voor de vier elementen-soorten tezamen.

In het IMOP is een volledige beschrijving van het IMOP-tekstmodel opgenomen. In de toepassingsprofielen van de omgevingsdocumenten (TPOD) wordt voor de omgevingsdocumenten beschreven hoe het IMOP-tekstmodel in het specifieke omgevingsdocument moet worden toegepast en de volgorde van de tekstelementen is er in vastgelegd.

Voor de presentatie van tekst is deze hiërarchische tekststructuur van de tekstelementen van belang. Deze volgorde wordt uitgedrukt in relatieve groottes ten opzichte van het kleinste element en dient ook gehanteerd te worden bij de opmaak van tekst (korpsgrootte van het lettertype) die aan een raadpleger wordt getoond.

Veel tekstelementen kennen een kop (opschrift). De koppen van een tekstelement kunnen ook onderscheiden worden via opmaak zodat het voor de lezer duidelijk is dat het om een kop gaat.

Het principe van presenteren van tekst op basis van de hiërarchische tekststructuur van de tekstelementen is generiek; er is echter voor de weergave een onderscheid tussen teksten met regels (met een artikelstructuur) en vrije teksten (met een vrijetekststructuur).

Tekstpresentatie voor teksten met een artikelstructuur

Bij teksten met regels is de artikelsgewijze opbouw kenmerkend. De artikelstructuur bestaat uit tekstelementen. Deze tekstelementen zijn ontleend aan de Aanwijzing voor de regelgeving (aanwijzingen 3.54, 3.56, 3.57, 3.58, 3.59) met enige nadere specificaties en toevoegingen. Deze tekstelementen kunnen worden gebruikt voor de structurering van het lichaam van de tekst. Voorbeelden zijn Hoofdstuk, Titel, Afdeling, Paragraaf, Subparagraaf, Subsubparagraaf, Artikel en Lid. Voor de presentatie van besluiten met een artikelstructuur is de tekststructuur van de tekstelementen van belang.

De toepassingsprofielen van de verschillende omgevingsdocumenten leggen de volgorde van de tekstelementen vast. Deze volgorde wordt uitgedrukt in relatieve groottes ten opzichte van het kleinste element en dient ook gehanteerd te worden bij de opmaak van tekst (lettergrootte van het lettertype) die aan een raadpleger wordt getoond. De functionele presentatieregel is dat de presentatie van een afdelingkop groter is dan de presentatie van een paragraafkop, die weer groter is dan de artikelkop, zie onderstaande figuur.


Principe van functionele tekstpresentatie van tekst met een artikelstructuur

Veel tekstelementen kennen een kop. Een kop is opgebouwd uit de elementen Label, Nummer, Opschrift. Bij teksten met een artikelstructuur worden de onderdelen getoond als kop gescheiden door spaties in de volgorde label, nummer, opschrift. De kop bevat eventueel ook een subtitel.

Tekstpresentatie voor teksten met een vrijetekststructuur

De vrijetekststructuur is een tekststructuur die wordt gebruikt voor teksten die geen artikelen bevatten en wordt toegepast bij visiedocumenten, projectbesluiten, aankondigingen, maar ook voor bijlagen en/of de toelichting van een regeling. Bij de vrijetekststructuur zijn vormvereisten tot een minimum beperkt, zodat bestuursorganen flexibel zijn om het instrument zoveel mogelijk naar eigen inzicht vorm te geven.

De Vrijetekststructuur wordt op twee verschillende manieren toegepast:

  • Voor vrijeteksten in het lichaam voor juridisch authentieke documenten waarvan het lichaam geen artikelen bevat, zoals visiedocumenten en projectbesluiten. Voor deze vrijeteksten zijn drie tekstelementen beschikbaar: Divisie, InleidendeTekst, Divisietekst.

    Divisie is het structuurelement dat gebruikt wordt voor de structurering. De opsteller kan de tekst naar eigen inzicht hiërarchisch indelen in Divisies. Divisie kan alleen Divisie, Inleidende tekst en Divisietekst bevatten.

    Het element met inhoud is de Divisietekst. Voorbeelden van de inhoud zelf zijn Alinea, Tabel en Figuur.

  • Deze tekststructuur wordt ook toegepast in documentdelen buiten het lichaam, zoals de motivering van het besluit, bijlagen en eventueel een toelichting.

Bij de presentatie van teksten met een vrijetekststructuur wordt voor de opmaak van tekst (lettergrootte van het lettertype) hetzelfde principe gehanteerd als bij de teksten met een artikelstructuur: de hiërarchische indeling op basis van de tekstelementen wordt uitgedrukt in relatieve groottes ten opzichte van het kleinste element en dient ook gehanteerd te worden bij de opmaak die aan een raadpleger wordt getoond.

Iedere Divisie of Divisietekst moet worden voorzien van een Kop. Een Kop kan bestaan uit de Kop-elementen Nummer, Label (zoals "Hoofdstuk", "Paragraaf", etc.) en Opschrift. De opsteller is vrij in het gebruik van de Kop-elementen, zolang er maar een Kop is.

Hierop is één uitzondering: De Kop van Divisietekst kan ontbreken: Het ontbreken van een Kop is alleen toegestaan wanneer een bijlage, toelichting of kennisgeving slechts één Divisietekst bevat zonder verdere hierarchische indeling. Ook in deze situatie kan de Kop bestaan uit de Kop-elementen Nummer, Label (zoals hoofdstuk, paragraaf, etc.) en Opschrift. De opsteller is vrij in het gebruik van de Kop-elementen.

Tekstelementen die inhoud bevatten

Het IMOP-tekstmodel kent elementen die inhoud bevatten. Inhoud bestaat uit onder andere Alinea, Figuur, Lijst en Tabel. Een compleet overzicht van alle inhoud-elementen is te vinden in het IMOP-tekstschema met de bijbehorende documentatie.

We hanteren voor inhoud het principe van functioneel verbeelden; er is in het presentatiemodel niets geregeld over de stijl van de weergave. De eis die het presentatiemodel aan deze objecten stelt is dat als ze aanwezig zijn, ze ook op een logische voor de mens te lezen wijze verbeeld dienen te worden.

Dit zijn elementen die voor kunnen komen in STOP teksten: