Legenda van de diagrammen

In het informatiemodel wordt gebruik gemaakt van UML (klasse)diagrammen om aan te geven hoe de informatie gestructureerd is. Onderstaand diagram illustreert de verschillende onderdelen van zo'n diagram.

Vaak worden er kleuren gebruikt om samenhang tussen concepten te tonen. Om welke samenhang het gaat is terug te vinden in de legenda. In onderstaand diagram wordt de meest gebruikte indeling gehanteerd:

Juridische informatie
Juridisch authentieke informatie wordt gevormd door een product waarvan de inhoud via een juridisch voorgeschreven procedure door een overheid vastgesteld en gepubliceerd wordt. Als er een juridische discussie ontstaat over wat een overheid besloten of gepubliceerd heeft, dan moet op de authentieke producten teruggevallen kunnen worden om tot een antwoord te komen. Aan ICT die is ingericht voor authentieke producten worden daarom hoge eisen gesteld omtrent beschikbaarheid, onveranderlijkheid en duurzaamheid. Voorbeelden van authentieke producten zijn het besluit als vastgesteld door bevoegd gezag en de bekendmaking daarvan volgens de richtlijnen van de Bekendmakingswet (bijvoorbeeld als PDF/1A).

Ook informatie met juridische werking, dus een product dat juridische zeggingskracht heeft omdat er vanuit een juridisch authentiek product naar verwezen wordt, valt onder juridische informatie. Het product wordt zelf niet via een juridisch voorgeschreven procedure vastgesteld en is dus niet juridisch authentiek. Een voorbeeld is een NEN-norm waarnaar verwezen wordt vanuit de (juridisch authentieke) tekst van een besluit. De NEN-norm wordt niet door een bevoegd gezag via een juridische procedure vastgesteld, maar vanwege de verwijzing wordt de NEN-norm onderdeel van het besluit. Aan ICT die is ingericht voor producten met een juridische werking worden daarom dezelfde hoge eisen gesteld omtrent beschikbaarheid, onveranderlijkheid en duurzaamheid als aan juridisch authentieke producten.

Service informatie
Service informatie is een product waarvan de informatie is afgeleid uit juridisch authentieke producten en waarvoor geen juridisch voorgeschreven procedure bestaat om vast te stellen dat de inhoud juridisch correct is. Een serviceproduct kan niet als bron dienen in juridische discussies over wat een overheid besloten heeft. Er kan wel een juridische verplichting zijn om een serviceproduct te maken en te publiceren. Een voorbeeld van een serviceproduct is de geconsolideerde regeling waarin alle (juridisch authentieke) besluiten verwerkt zijn die voor de regeling relevant zijn. ICT die is ingericht voor serviceproducten hoeft niet aan dezelfde hoge eisen voor onveranderlijkheid en duurzaamheid te voldoen die gelden voor juridisch authentieke producten, en er is vrijheid om ICT volgens eigen inzichten in te richten. Aan serviceproducten worden wel kwaliteitseisen gesteld, want eenieder moet er van uit kunnen gaan dat de inhoud overeenkomt met wat in de onderliggende (juridisch) authentieke documenten staat.
Abstracties
Het informatiemodel gebruikt abstracties om concepten aan te duiden die niet als zodanig bestaan, maar die een groep van vergelijkbare informatieproducten representeren. Door abstracties te gebruiken kan iets gezegd worden over de hele groep zonder in te gaan op de individuele informatieproducten. In de tekst wordt wel steeds aangegeven welke dat zijn; ze staan genoemd als specialisatie van de abstracties.
  • Publicatie, Bekendmaking, Besluit en Informatieobject zijn elementen die door het informatiemodel beschreven worden.
  • De relatie tussen Bekendmaking en Publicatie geeft een specialisatie/generalisatie aan: een Bekendmaking is (een specialisatie van) een Publicatie.
  • In het voorbeeld is een Publicatie een Work. Omdat het concept Work niet in het diagram opgenomen is kan de generalisatie/specialisatie relatie niet ingetekend worden. In plaats daarvan staat Work rechtsboven in het vakje van Publicatie.
  • De relatie tussen Besluit en Bekendmaking geeft aan dat een Bekendmaking een Besluit bevat. De 1 geeft de kardinaliteit aan: een Bekendmaking bevat 1 Besluit.
  • Algemene relaties worden met een gewone lijn of met een pijl aangegeven, al dan niet voorzien van beschrijving en/of kardinaliteit. De lijn tussen Besluit en Informatieobject is een voorbeeld van een algemene relatie aan. De kardinaliteit 1..* geeft aan dat een informatieobject gerelateerd is aan één of meer besluiten, de 0..* geeft aan dat een besluit gerelateerd is aan nul of meer informatieobjecten.
  • Bij het Informatieobject is aangegeven dat het concept een eigenschap Identificatie heeft dat een IRI is. Bij Metadata besluit is met [0..1] de kardinaliteit van de eigenschap Soort besluit aangegeven, als een eigenschap die 0 of 1 waarde kan hebben. In het informatiemodel worden eigenschappen alleen in diagrammen opgenomen als dat relevant is voor de context waarin het diagram gebruikt wordt; in de tekst worden wel alle eigenschappen beschreven.